Als ouder weet u uit ervaring dat kinderen zich prettiger voelen en beter presteren als u geïnteresseerd en betrokken bent bij de dagelijkse dingen die uw kind bezighouden. Uw betrokkenheid bij de school is zo´n belangrijke succesfactor.
Uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt dat gelijkwaardig educatief partnerschap een positief effect heeft op zowel de sociale als cognitieve ontwikkeling van kinderen. De onderwijsinspectie noemt als overeenkomstige eigenschap van sterke basisscholen de ouderbetrokkenheid als één van de succesfactoren.
Voor het verbeteren van de leerling-prestaties voeren scholen meestal op uiteenlopende zaken een kwaliteitsverbetering door. Het kan gaan om professionalisering van leerkrachten, implementatie van nieuwe lesmethoden, het optimaliseren van huisvesting, de aanwezige infrastructuur, et cetera. De laatste jaren groeit de aandacht voor het ontwikkelen van schoolbeleid op het verbeteren van de ouderbetrokkenheid. Scholen worden zich bewust van het feit dat ze het hier eigenlijk hebben over `schoolbetrokkenheid op ouders`. Moderne scholen geven aan dat hun kerntaak zich zowel op de kinderen als de ouders richt.
Een nieuwe tijd brengt nieuwe kansen en bedreigingen met zich mee waar de school op in moet spelen. De huidige tijd eist dat ouders minder tijd hebben om zich op school te laten zien. Dit betekent echter niet dat ouders minder betrokken zijn. De school kan met eigentijds beleid de ouders faciliteren om betrokken te blijven.
Als u wilt dat uw school beleid gaat ontwikkelen op Actief Ouderschap kunt u dit aangeven bij de directie van de school. Ook kunt u bij de medezeggenschapsraad het verzoek doen om dit thema op te pakken. U kunt daarbij wijzen op de ondersteuningsmogelijkheden van de Stichting Actief Ouderschap.
Volg Stichting Actief Ouderschap op LinkedIn
| veel gestelde vragen over OuderTOLK |
|
Ouders van het Meesterwerk, het Palet en de Zevensprong bekijken samen films die laten zien hoe je in het dagelijkse leven in gesprek kunt gaan met je kind en de taal stimuleren. Het is een mooie gelegenheid om samen te praten over wat er op school allemaal gebeurt en wat je thuis kunt doen om je kind te helpen. Alle oudergroepen komen acht maal bijeen. Hier volgt een overzicht van de meest gestelde vragen. OuderTOLK Veel gestelde vragen
1) Mijn kind praat niet goed, wat moet ik doen. Vraag aan de juffrouw van de klas of zij dit ook vindt. Vraag of de schoollogopedist ernaar mag kijken. Het is belangrijk op zo jong mogelijke leeftijd weten of de taalontwikkeling voldoende is. Hoe jonger hoe meer kans dat alles gewoon goed komt. 2) Mijn kind luistert niet als ik voorlees? Vertel je kind verhalen bij de plaatjes. Je hoeft de tekst niet voor te lezen, samen plaatjes kijken en vertellen is ook goed. 3) Hoe vaak moet ik voorlezen? Zo vaak als je het zelf leuk vindt, maar liefst iedere dag een keertje b.v. voor het slapen gaan. 4) Taal leer je toch op school? Dat is zo, maar taal ontwikkelt zich vooral in het gesprek van alledag tussen moeder en kind. 5) Waarom testen ze zo vaak op school? De school vindt het belangrijk dat het kind een voldoende taalontwikkeling heeft omdat anders het leren op school in gevaar komt. Voorkomen is beter dan genezen. 6) Ik heb geen boekjes thuis? Dat geeft niet. Je kunt ze lenen bij de bibliotheek. Lid zijn van de bibliotheek is voor kinderen gratis. Het is ook leuk om samen naar plaatjes of foto’s te kijken en erbij te vertellen. 7) Ik kan niet voorlezen omdat ik geen boekjes in het Nederlands heb. Je kunt ook boekjes in je eigen taal voorlezen als je die wel hebt en je kind begrijpt ze. 8) Moet ik altijd Nederlands praten? Praat in de taal die je het gemakkelijkste spreekt. Kinderen kunnen ook de taal leren als thuis meerdere talen door elkaar worden gesproken. Het belangrijkste is veel praten en op de goede manier (TOLK). 9) Ik wil dat mijn kind net zo goed mijn taal spreekt als dat het Nederlands leert. Daar heb je gelijk in. Kinderen kunnen heel goed twee talen tegelijk leren. Vaak kiezen ze er echter zelf voor om de taal van hun vriendjes of de school te praten. Dat geeft niet want die andere taal leren ze toch wel ook al lijkt het niet. Overigens kunnen mensen op alle leeftijden een andere taal leren. Dat kan ook als ze volwassen zijn. 10) Welke taal moet ik kiezen? Kies voor je moedertaal. 11) Mijn man wil graag dat we alleen maar zijn taal praten. Niemand kan iets afdwingen en zeker niet als het om taal gaat. Iedereen praat de taal die het gemakkelijkste is voor de communicatie. 12) Mijn kind stottert. Zoek contact met een (school)logopedist. 13) Mijn kind praat niet. Zoek contact met een (school)logopedist. 14) Moet mijn kind naar de peuterspeelzaal? De peuterspeelzaal is een goede voorbereiding op de basisschool. Kinderen gaan graag naar de speelzaal. Leuk om met andere kinderen samen te zijn. Kinderen horen dan al op jongere leeftijd met de Nederlandse taal te horen uit de omgeving. 15) Ik zet mijn kind altijd voor de televisie. Daar praten ze tenminste goed Nederlands. Taal ontwikkelt zich alleen in wisselwerking tussen mensen. Machines kunnen dat nooit vervangen. Moedertaal leer je van je ouders en niet van de televisie. 16) Helpen computer spelletjes over taal? Een beetje, maar lees ook het antwoord op vraag 15. 17) Wat doen ze op school aan taal? Taal staat in alle schoolactiviteiten centraal. 18) Waarom leer je taal niet op school? Moedertaal leer je thuis in het gesprek van alledag. Kinderen zitten maar 7% van de tijd op school en dat is te weinig om de taal te leren. 19) Ze zeggen dat ik meer naar de bibliotheek moet gaan? Naar de bibliotheek gaan opent een wereld aan verhalen. Daar kun je als ouder van profiteren. 20) Mijn man of ikzelf had vroeger ook moeite met het leren van taal en het is allemaal nu goed gekomen? Niemand kan in de toekomst kijken, maar nu veel praten met je kind is in ieder geval goed. Het kan leerproblemen later voorkomen. Dat wil toch iedereen? 21) Ik vind het belangrijk dat kinderen hun mond dicht houden en luisteren. Natuurlijk moeten ze af en toe ook luisteren, maar niet de hele dag. Ga vooral veel in gesprek met je kind. Luisteren en praten afwisselen dat is het beste. 22) De juf zegt dat ik Nederlands moet praten. Meestal willen juffrouwen daarmee zeggen dat het goed is om ook aandacht te hebben voor de Nederlandse taal thuis. Dat helpt je kind straks in de klas bij het leren lezen en schrijven. Het beste is om de taal die jij zelf het beste spreekt, ook met het kind te spreken. Dat is meestal de moedertaal. 23) De juf zegt dat ik vaker naar de kinderboerderij moet gaan. Uitstapjes met je kind maken is leuk en geeft aanleiding tot veel gesprekjes. Dieren vinden alle kinderen leuk. 24) Is zingen belangrijk? Ja zingen is plezier. Melodie en rijm verhogen de concentratie. 25) Wat doe ik met al die werkjes die ik van school mee naar huis krijg? Kinderen vinden het belangrijk dat je thuis aandacht geeft aan wat zij op school hebben gedaan. Hang ze dus op of zet ze neer. Dat is leuk. Kinderen voelen zich dan gewaardeerd.
|

